BioBelevenis

Verhalen uit de natuur

Journalist in de natuur: eerste belevenis smaakt naar meer

De morgenstond heeft goud in de mond’, zo luidt het Nederlands gezegde. Deze spreuk kwam voor mij héél dichtbij toen ik met Bastiaan en zijn compagnon begon aan een heus spotavontuur in de omgeving van IJmuiden. Vroeg uit de veren, een lange autorit, veel apparatuur, veel diersoorten én een gezonde dosis energie vormden de ingrediënten voor mijn eerste verhaal uit de natuur.

Lief natuurdagboek,

In mijn profielomschrijving voor BioBelevenis sloot ik niet uit om ooit een artikel omtrent de natuur voor mijn rekening te nemen. Het was een kwestie van wachten op het juiste moment en die kwam er. In de rol van eindredacteur werp ik een taalkundige blik op de verschillende producties voor het platform. Op die manier probeer ik de kennis over de natuur tot mij te nemen. De betekenis van het eerdergenoemde gezegde is als volgt: ‘Vroeg opstaan is profijtelijk.’ Dit was ook meteen een leeropbrengst die ik meenam uit de artikelen. Als natuurliefhebber is het nu eenmaal noodzakelijk om bij tijd en wijle het nest voor dag en dauw te verlaten. Voor het spotten van mooie diersoorten of het aanschouwen van de ontwakende natuur bijvoorbeeld.

De kust

Zo is dat ook bij Bastiaan eerder regel dan uitzondering. Zijn verhalen over het spotten in alle vroegte wekte mijn interesse en voor ik het wist zat ik om 05.00 uur s’ morgens bij hem in de auto. De reis bracht ons langs verschillende natuurgebieden in en rondom IJmuiden. De eerste stop: het Kennemerstrand aan de kust van de havenstad. Daar ligt ook de pier van IJmuiden, een plek waar normaliter veel kustvogels te zien zijn. Helaas hadden wij wat minder geluk. Buiten de koude, gure wind was er op het eerste gezicht weinig te zien. Het devies voor deze eerste locatie: je oren én ogen goed openhouden. Dat resulteerde uiteindelijk wel degelijk in een aantal leuke waarnemingen. Zo maakte ik voor het eerst kennis met de brilduiker, de drieteenstrandloper, de paarse strandloper en de steenloper. Waar ik normaal gesproken de pen ter hand neem, was het dit keer de beurt aan een heuse verrekijker. Het is en blijft bijzonder om de gevederde diertjes van dichtbij te zien.

Lepelaars in de drukte

‘Time flies when you’re having fun’ en zo was dat ook het geval op de pier, waar de tijd écht voorbij vloog. Via het strand maakten we de oversteek naar de parkeerplaats, waar het vervoer weer klaarstond om ons naar de volgende bestemming te brengen: de oeverlanden van de Liede in Haarlem. Een plek waar lepelaars rond deze tijd hun broedplaats vinden in de hoge bomen. Waar je op voorhand wellicht een idyllische omgeving verwacht, was dat in werkelijkheid wel anders. Het natuurgebied ligt namelijk aan een fietspad met daarachter een tankstation én een drukke snelweg. Je zou denken dat dit niet bepaald een prettige broedplaats is voor de lepelaars, die bij voorkeur in een rustige omgeving wachten op nakomelingen. Dat blijkt hier dus niet het geval te zijn of zoals Landschap Noord-Holland het treffend beschrijft op hun website: ‘Let niet op de snelweg en de vliegtuigen. Dat doen de lepelaars ook niet die hier tot ieders verbazing in 2004 zijn gaan broeden.’

Wisentenroute

Met het spotten van de lepelaars was het voor wat betreft de vogelsoorten gedaan voor die dag. Het was tijd voor wat anders en Nationaal Park Zuid-Kennemerland moest ons de kans bieden om de wisent waar te nemen. Het nationaal park, op grondgebied van Bloemendaal, Velsen en Zandvoort, lag er prachtig bij met het inmiddels volledig doorgekomen lentezonnetje. De plek biedt de wandelaars een breed scala aan wandelroutes, maar voor ons was de keuze snel gemaakt. De groene bordjes met daarop een afbeelding van het robuuste rund moesten ons de weg wijzen naar de wisent. Onderweg waren we wederom scherp op het zien van andere mooie soorten. Zo klonk vanuit de bomen het gezang van de halsbandparkiet en vanuit het water het gespetter van een dodaars. Ondertussen vervolgden we de route naar de wisenten, terwijl de temperatuur inmiddels ook flink was gestegen.

Tijdens het wandelen zag ik plotseling in de verte een groot rund midden op het pad zitten. In de veronderstelling dat ik een briljante vondst had gedaan, bracht ik de anderen op de hoogte. Die reageerden echter heel koeltjes: ‘Oh dat is gewoon een Schotse hooglander, die zien we wel vaker.’ Voor mij, als leek op het gebied van natuur, was dit natuurlijk wel degelijk iets bijzonders. Hoe verder we liepen, hoe meer het vertrouwen in het slagen van ons doel slonk. In geen velden of wegen was een wisent te bekennen en dat betekende een terugtocht zonder resultaat. Wel kon ik nog wat foto’s maken van de prachtige omgeving.

Klopjacht op een roofdier

Inmiddels voelde ik dat de vermoeidheid parten ging spelen, maar er was geen ruimte om daaraan toe te geven. Er stond namelijk nog één locatie op het programma: de Amsterdamse Waterleidingduinen. We kwamen aan bij Panneland, een van de vier hoofdingangen van het grote duingebied. Hoewel er vele diersoorten te bewonderen zijn, hadden we een duidelijke missie: een klopjacht op een roofdier. Bastiaan vertelde ons dat er vossen in het gebied voorkwamen en die wilde hij dolgraag op de foto zetten. Zo begonnen we dus aan een nieuwe tocht in de natuur waarbij ik mijn ogen goed de kost gaf. Zo stond ik zowat oog in oog met twee damherten, een er bijzondere ervaring. Op de heenweg verkozen we het mulle zand boven het verharde wandelpad. Onderweg sloeg de twijfel toch even toe; zouden de vossen er überhaupt wel zitten? Inmiddels keerden er verschillende wandelaars terug uit het vossenoord. Enigszins zenuwachtig vroegen we of ze de viervoeters toevallig hadden gezien. Het antwoord was helaas negatief maar daardoor lieten we ons niet uit het veld slaan.

Uiteindelijk kwamen we aan bij de desbetreffende plek en zodoende kon de zoektocht beginnen! Bastiaan wist ons te vertellen dat de vossen door de jaren heen behoorlijk tam waren geworden. Zo zouden ze bijvoorbeeld kunnen reageren op stemgeluid en het geritsel van plastic zakjes. Op het eerste gezicht leken we bot te vangen want van de vossen ontbrak elk spoor. Aan wandelaars daarentegen geen gebrek en dat was voor ons een uitstekend hulpmiddel. Zo konden we eens polsen of iemand al een glimp had opgevangen van het beestje. Helaas hadden ook deze mensen nog altijd geen succes in de collectieve vossenjacht die inmiddels was ontstaan.

Bijzonder jammer want het is echt een prachtig dier om te zien. Wellicht dat het ook lag aan het moment van de dag. Wij zochten namelijk op klaarlichte dag tussen het struikgewas in de hoop iets te zien, terwijl de vos vooral in de schemer en nacht actief is. Indien het een wat tammer geval betreft kan het wél voorkomen dat je deze overdag ziet. Ondanks dat de Amsterdamse Waterleidingduinen een natuurgebied is waar tamme vossen voorkomen, was het geluk écht niet aan onze zijde. Ietwat teleurgesteld begonnen we aan de laatste terugtocht van de dag. Achteraf gezien was die teleurstelling eigenlijk niet helemaal op zijn plaats. Het aanschouwen van de natuur is een belevenis op zich en maakt het wel of niet behalen van het einddoel soms van onderschikt belang. Zo kwam ook meteen mijn laatste leeropbrengst van de dag op mijn pad: wie zijn ogen en oren goed de kost geeft, komt nooit met lege handen thuis.

Geschreven door: Joris Gemen

Joris Gemen (23) is een journalist in spé met een hart voor de Nederlandse taal. Bij BioBelevenis werpt hij een taalkundige blik op de artikelen Daarnaast neemt hij ook de kennis van de andere redacteuren tot zich. Op die manier wil hij meer affiniteit krijgen met alles dat met natuur te maken heeft. Zijn natuurbelevenissen en passie voor taal komen uiteindelijk samen in mooie verhalen.

Meer verhalen?

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *