BioBelevenis

Verhalen uit de natuur

We hadden ze BIJna

Iedereen zal wel eens een bij gezien hebben en misschien denk je nu ook bij jezelf: wat is er nou zo bijzonder aan een bijenkolonie? Tenzij je een imker bent, kent of er in de buurt woont zal je toch niet zo snel een bijenkolonie zien. De enige bijen die in kolonies leven zijn namelijk honingbijen (Apis mellifera). Deze bijen leven alleen als gehouden dieren in Nederland en het komt maar zelden voor dat een koningin ‘ontsnapt’ en met een groep andere bijen in het wild terechtkomt. Ergens in de buurt is dit toch voorgekomen en de koningin met haar volgers had besloten bij ons in een wilg neer te strijken. Ondanks dat bijen niet snel zullen steken, wilden de buurtbewoners de bestuivertjes weg hebben en ze riepen er een imker bij.

Honingbijen (Apis mellifera): Een kolonie honingbijen besloot BIJ ons in een wilg neer te strijken

©Krista Jonkers.

De imker kwam rond kwart voor acht in de avond aan en had verschillende soorten gereedschap bij zich. Een van deze gereedschappen was een spuitfles met water die hij over de bijenrugjes spoot om ze nat te maken en af te koelen, waardoor ze wat minder actief zouden worden. Vervolgens pakte hij zijn net en schoof een paar bijen in het net in de hoop dat de koningin bij deze homp zat. Terwijl we wachtten of dit inderdaad het geval was, besloot de imker ons bij te scholen. Hij vertelde ons dat wilde bijen niet in kolonies leven, maar dat hommels dit wel doen. Daarbij vertelde hij dat deze kolonies verbijsterend klein waren en in één hand passen. Tijdens de uitleg over wespen die daarna aan bod kwam, werden we onderbroken door een grote stroom aan bijen die weer uit het net de boom in liep. Helaas, poging één was mislukt.

Akkerhommel (Bombus pascuorum): Hommels leven in kleine kolonies

©Krista Jonkers.

Bij de tweede poging gebruikte de imker een soort sterke muggenspray die als bijwerking had dat de bijen massaal de vleugels namen. Luidruchtig gezoem begeleidde het spectaculaire beeld dat in de lucht te zien was. De imker pakte zijn netstok weer en veegde met ontblootte handen wat bijen in de zak. Nu was het wederom wachten geblazen en deze keer besloot de imker onze kennis over bijensteken bij te spijkeren. Terwijl drie bijen in zijn beschermende hoofddeksel rond trippelde, liet hij een aantal verse bijensteken op zijn arm zien. In alle rust vertelde hij hoe je een angel op een veilige manier uit je arm kon verwijderen. Dit was mogelijk de meest belangrijke informatie die hij die avond had verteld, maar ik zou liegen als ik zei dat er me nog iets van die kennis bijstond… Na de demonstratie keken we weer naar het net en uiteraard waren de bijen weer rustig onderweg naar het bovenste topje van de wilg.

Honingbijen (Apis mellifera): De bijen namen massaal de vleugels en de imker schoof ze met ontblootte handen in de zak.

©Krista Jonkers

Toen de kolonie weer wat was bijgedraaid was het tijd voor poging drie. Deze keer werden een ladder en heggenschaar van omwonenden erbij gehaald. Tijdens het wachten op dit gereedschap had ik de kans om een paar vragen te stellen aan de imker. Hij kon me vertellen dat er mogelijk meerdere koninginnen in deze kolonie zaten. Wanneer een kolonie gaat uitvliegen neemt de oude koningin de helft van de kolonie mee en zoekt een nieuwe plek. De andere helft van het bijenvolk blijft bij een aantal nieuwe koninginnen en volgen hen wanneer zij samen uitvliegen. Deze koninginnen vechten met elkaar tot er maar één overblijft. Tot die tijd zijn er dus meerdere koninginnen in de kolonie en dit is terug te zien wanneer de bijen op een lange tak zitten. De volgers komen bijeen op de plaats dat hun leider(s) op de tak zitten en daar vormt een ‘puntzak’. In het geval dat er meerdere koninginnen op de tak zitten zullen er dan ook meerdere puntzakken vormen. 

Honingbijen (Apis mellifera).

©Krista Jonkers

Eindelijk waren de gereedschappen allemaal aanwezig, een deel van de wilgentakken werd gesnoeid zodat de imker dichterbij de kern van de kolonie kon scheppen. Deze keer werden de bijen niet in het net gegooid, maar de imker zette ze in een korf. Wachtend bij de korf begon de imker over hoe sommige mensen denken dat honingbijen een gevaar kunnen vormen voor wilde bijen. Hij was het niet eens met deze theorie. Ik vulde hem aan dat ik een aantal onderzoeken had gelezen waarin stond dat honingbijen inderdaad geen directe concurrentie vormden voor wilde bijen. In plaats daarvan was gevonden dat zij wel effect hadden op bloemen in een gebied. Honingbijen zijn vaak in grotere groepen aanwezig dan wilde bijen en de bloemen, hun voedselbron, worden meer gebruikt en daarbij dus ook meer bestuift. Uiteindelijk zijn er in dat gebied dan meer bloemen aanwezig die geschikt zijn voor de honingbij. De imker kon de logica achter deze resultaten zien en was het er mee eens dat dit kan gebeuren. Langzaam maar zeker was ook de korf leeggelopen. De imker legde zich er maar bij neer… dit was de eerste keer in zijn 40-jarige carrière dat het hem niet lukte een bijenkolonie te verwijderen.

Honingbijen (Apis mellifera): De bijen werden in een korf gegooid, maar de kolonie was niet uit de boom verwijderd.

©Krista Jonkers

geschreven door: Krista Jonkers

Krista Jonkers (1999) is eigenwijs en houdt van alles met veren, vacht, schubben en zo’n slijmlaag die amfibieën hebben. Krista is vaak in de natuur te vinden om te werken én in haar vrije tijd. Onderzoek naar vogels doen met als doel deze soorten en hun leefgebied te beschermen, is iets waar ze zich nog lange tijd voor wil inzetten. Alle kennis die ze al wél bezit deelt ze graag met anderen, zodat zij ook kunnen leren.

One thought on “We hadden ze BIJna

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *