BioBelevenis

Verhalen uit de natuur

Verhalen uit September 2020

Een aantal mensen hebben wat bijzondere dingen meegemaakt die ze graag willen delen met de rest van de wereld. Deze maand zijn de verhalen van Willem van den Biggelaar, Marion van der Veek & Under the trees

Wil je jouw verhaal ook terugzien? Mail het dan naar Bastiaan@biobelevenis.nl of gebruik #BioBelevenis op instagram.


Willem van de Biggelaar: Wat vliegt daar door het struikgewas?

Heerlijk genietend van onze tuin, zat ik, in juli in het jaar des heren 2018, nietsvermoedend een boek te lezen toen ik vanuit mijn ooghoeken iets voorbij zag fladderen. Onbewust dacht ik “ach gewoon een koolwitje”. Maar toch… de vlinder was een stuk groter, had wel de witgele kleur maar bewoog ook anders. Ik besloot toch maar eens op te staan en op onderzoek uit te gaan. De grote vlinder ging ondertussen van bloem naar bloem en van kruid naar kruid. Op een gegeven moment bleef hij eindelijk even rustig zitten en toen zag ik het. Dit is echt geen koolwitje, dit is een…… verdorie ik wist het niet, maar ik wist wel dat het bijzonder was. Een gele grondkleur met een duidelijk en mooie zwarte tekening op de vleugels. Het had staartjes aan de achtervleugel met een paars-oranje tekening en de rode stip in de binnenrandhoek. Ja hoor dit moest hem zijn, de koninginnenpage.

Hier moest ik een foto van hebben, dat was duidelijk en toen kwam het probleem. Want deze Papilio machaon of ridderkapel laat zich niet zomaar vastleggen. Ik rende door de tuin achter de fladderende vlinder aan met mijn iPad om dat verdomde beest op de gevoelige plaat vast te leggen. Dit moest een maf gezicht zijn geweest. Eindelijk had ik hem te pakken, de foto’s zelf zijn een zoekplaatje geworden. Probeer de zwaluwstaart of page de la reine vlinder zoals hij ook wordt genoemd maar eens te vinden.

Een jaar later, het was begin augustus, was ie daar weer. Nee, ik keek eens goed en het waren er zelfs twee! Dit keer kwam ik niet verder dan één miezerig fotootje want ze waren me wederom weer te snel af.

Eind augustus deed mijn vrouw een ontdekking die gelukkig wel makkelijk op de gevoelige plaat was vast te leggen: een rups! Lekker smikkelend aan….. groenvoer. Het hadzwarte banden, rode vlekken en een zwaar getekende groene kop. Schitterende kleuren. De rups verdedigt zich door een doordringende ananasgeur te verspreiden tezamen met het tevoorschijn halen (uit zijn nek) van een zogenaamd osmaterium, een soort van gespleten tong waarmee hij een slang nabootst. Ik heb hem maar met rust gelaten

Nu dit jaar dan; ging het nu wel lukken om een goed shot te krijgen? 1 augustus was de dag die ik niet vergeten mag, want toen kwam ie weer. Dit keer was ik voorbereid en het resultaat zie je hieronder: twee filmpjes en één foto waren het resultaat! Vooral het tweede filmpje moet je bekijken; poef en weg is ie.

Filmpje 1
©Willem van de Biggelaar
Filmpje 2
©Willem van de Biggelaar

Marion van der Veek met: vlindertuin

Blijer met het gegeven dat ik met blote handen en voeten in mijn tuin rondbanjer kun je me bijna niet maken.  Al tuinierend geniet ik van alles wat er kruipt, zoemt, zingt, springt of vliegt. Door het tuinieren is mijn interesse in het fotograferen van de natuur (in de breedste zin) ontstaan. Mijn camera ligt tegenwoordig tijdens het tuinieren steevast binnen handbereik. Ik kom in de tuin bijna altijd wel iets tegen wat mij fascineert en dan kan ik het niet weerstaan om het vast te leggen.

Zo was ik afgelopen weekend bezig om van mijn kleine voorgevormde vijver een grotere natuurlijke vijver te maken met als doel salamanders naar de tuin te lokken. De grotere waterpartij moest minimaal 80 cm diep zijn. Met mijn lengte van 1.60 cm kreeg ik al spittend een bijzonder perspectief van mijn omgeving.  Het zogenaamde kikkerperspectief werd daardoor op een heel bijzondere manier benadrukt. Ik kwam op ooghoogte te staan met een jong bruin kikkertje, die mij nauwlettend in de gaten hield. Dit ukkie had ik nog niet eerder gezien. Wel wist ik dat er al jaren een bruine kikker in de tuin woonde. Blijkbaar was er, zonder dat ik er erg in had gehad, gezinsuitbreiding geweest. Leuke bijkomstigheid van bruine kikkers in je tuin is dat ze slakken eten.

Hoe fascinerend de natuur is, ontdek je mijn inziens pas echt met een macrolens. Er ging een compleet nieuwe wereld voor mij open. Ingenieuze en kleurrijke details van de natuur, die je met het blote oog niet kunt waarnemen, worden hiermee zichtbaar. Niets is wat het lijkt, is inmiddels mijn ervaring.

Een paar jaar geleden dacht ik met het blote oog een rupsje op het langwerpige blad van een morgenster te zien. Nadat ik mijn camera met macrolens scherp had gesteld op het vermeende rupsje, bleek het te gaan om een sliert eitjes. Na enige speurwerk bleken het eitjes van een wants te zijn. Of het de eitjes van de zuringrandwants (foto rechts) waren; geen idee.

Aangezien ik vlakbij de Amsterdamse Waterleiding Duinen woon, ben ik daar regelmatig te vinden. In dit prachtige, uitgestrekte gebied mag je van de paden af, waardoor je je alleen op de wereld kunt wanen. Alsof ik een dwangstoornis heb, moet ik van mezelf altijd even langs het gebiedje lopen waarvan ik weet dat er boomkikkertjes, zandhagedissen en wespspinnen vertoeven. Verder laat ik het een beetje aan het toeval over wat ik tegenkom. Zoals dit vosje dat opeens nieuwsgierig achter mij aan bleek te lopen.          

De wespspin, ook wel tijgerspin genoemd, komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied. Waarschijnlijk door de minder koude winters en warmere zomers is zijn leefgebied uitgebreid. De wespspin maakt in lage, rommelige vegetatie of lang gras een langwerpig wielweb. In het midden komt een warrig wit spinsel en vanuit het midden volgt een gesponnen zigzagband naar boven en beneden. Favoriete hapje is de sprinkhaan, maar een juffer, hommel of libel gaat er ook wel in.  

Het achterlijf van het vrouwtje is zwart met geel, soms met wit gestreept. Het kopborststuk is wat zilvergrijs van kleur. De poten zijn bruinzwart met gele strepen. Ze kan elf tot vijftien millimeter groot worden. Als ze vol met eitjes zit, dat kunnen er wel 400 zijn, kan ze zelfs nog groter worden. Het mannetje wordt slecht 4 tot 4.5 millimeter groot en is met zijn bruine lijf en twee donkerdere bruine lengtestrepen geen opvallende verschijning. Tijdens de paring begint het vrouwtje haar partner in te spannen en daarna wordt hij opgegeten. Zo heeft het vrouwtje voedsel dat nodig is voor de ontwikkeling van haar nakomelingen.

De wespspin is niet gevaarlijk voor zoogdieren of vogels, alhoewel je dat wel zou verwachten aan de hand van zijn uiterlijk.

De boomkikker is een kleine grasgroene kikker met zuignapjes aan het einde van vingers en tenen, waardoor hij goed kan klimmen. Tussen de groene rug en lichte buik loopt een bruinzwarte band. Hij kan zijn kleur veranderen van lichtbruin tot donkergroen. De boomkikker kan vijf centimeter groot worden. Mannetjes hebben een hele grote kwaakblaas onder de kin. Je kunt de boomkikker vinden tussen de oevervegetatie, vaak in de rietpollen vlak langs het water, maar ook op laaghangende takken. Ze zijn lastig te vinden, maar als je er eenmaal je oog op het laten vallen zal het je een volgende keer vast beter afgaan. De boomkikker staat overigens op de rode lijst!

Onderstaande foto’s wilde ik ook graag nog even laten zien als voorbeeld wat er gebeurt als je ‘inzoomt’ op de natuur.  

De foto links is gewone korstmos. Een korstmos is een samenlevingsvorm tussen algen en schimmels.  Je hebt dit verschijnsel ongetwijfeld vaak gezien; de grijze plakkaten op een boomstam. Van dichtbij lijkt het echter bijna wel op een maanlandschap!

De foto rechts is ruig haarmos. Als je wel eens in de duinen komt, zie je tijdens het wandelen plekken met wat lijkt op verdroogd mos. Het ziet er een beetje roestbruin uit. Ga je echter op je buik liggen met een macrolens, dan…

De natuur in al zijn aspecten is voor mij genieten met een hoofdletter G. Ik vond het erg leuk om jullie mee te nemen naar hoe ik de natuur in de breedste zin beleef.

Natuurlijk met respect voor de natuur. Er wordt door mij niets opgepakt, gevoerd of verplaatst voor de ultieme foto. 


Under the trees met: BioBelevenis

Rust en energie onder de bomen

Wie mijn blog volgt, zal het misschien verbazen dat ik een aandoening heb die me veel spierpijn bezorgt en me snel moe maakt. De zin in avontuur is ondanks fibromyalgie nooit verdwenen. Waar kunstmatige prikkels me uitputten, laad ik de batterijen massaal op aan natuurlijke geluiden in een groene omgeving. Om die reden zijn we destijds lang op zoek geweest naar een rustig doodlopend straatje bij het bos. Vorig jaar namen we afscheid van de stilte. Nieuwe buren, veel lawaai en weg was de stilte. Sindsdien is het elders zoeken naar rust en energie onder de bomen.

Want onder de bomen voel ik me in mijn element. De naam van mijn blog was dan ook een weggevertje

Toch zijn er ook andere plaatsen waar ik compleet tot rust kom in de natuur. Zo laat de uitgestrektheid van de Australische outback – waar je niet bepaald veel bomen ziet op enkel ghost gum trees na – je als mens minuscuul klein voelen. De kranige woestijnbloempjes, het stugge struikgewas in bloedheet oranjerood zand, imposante granietrotsen maar ook dodelijke spinnetjes laten je beseffen hoe kwetsbaar en nietig we als mens zijn. En tegelijk ook hoe belangrijk het is om respect te hebben voor de andere bewoners in onze biosfeer. Respect en bewondering zorgen voor behoud en bescherming.

Bewondering en verwondering

Gefascineerd door de natuur herleef ik bij het observeren van alles wat erin leeft en groeit. Dieren als toeschouwer in stilte en ze op een afstandje in actie zien komen, is wat mij betreft het mooiste visueel entertainment dat er is. Van het kleinste insect tot het meest imposante zoogdier in z’n natuurlijke biotoop. Keer op keer laat de natuur me in verwondering staan en die verwondering voedt mijn bewondering.

Eén van mijn mooiste biobelevenissen was het bezoek van een ree in onze tuin. De geur van de keizerskroon houdt woelratten en mollen op afstand maar reeën komen er op af. Het ree kwam voorzichtig uit de bosrand tevoorschijn en smeerde enthousiast de kop tegen de stampers van de feloranje bloem. Werkt de geur die deze bloem afscheidt voor hen zinnenprikkelend of insectenwerend? Geen idee.

Deze foto’s zijn genomen vanuit onze woonkamer door het raam. Ik keek in stilte toe, mijn hart vol, mijn ogen de kost gevend. Wat de aantrekking ook was van de keizerskroon, elk jaar zat ik op de eerste rij om dit tafereeltje gade te slaan. Helaas houdt geluidsoverlast bij schemerdonker en nachtelijke tuinverlichting bij nieuwe buren sinds een jaar de reeën uit de buurt. Vogeltjes en insecten blijven gelukkig wel gegeerde gasten in onze wilde bloementuin en het bos ligt vlak om de hoek. Gelukkig…

Toch heb ik nood aan meer. Aan contact met wildlife op plekken die nog niet onder de voet zijn gelopen door de mens, waar stilte de biobelevenis naar een hoger niveau tilt. Bosbaden en dieren observeren geven me tonnen energie. Gooi daar een portie hitte bij voor mijn verkrampte spieren en mijn biobelevenis is compleet. Om die reden reizen we steeds naar warme oorden.

Verrassende close encounters

Het mooiste aan wandelen in de natuur zijn de onverwachte close encounters met haar bewoners. Op een afgelegen terrein in Western Australia, 250 km van de dichtstbijzijnde beschaving stond enkele meters van onze kampeertafel een kangoeroe ons nieuwsgierig aan te staren. Die blik, dat contact, wat een voorrecht… Ik kon niet stoppen met glimlachen. Intussen vlogen witte kaketoes luid krakend langs de vredige billabong waar de zon onderging. Dit contact met de natuur ver weg van alle kunstmatige prikkels omgeven door alleen maar natuurlijke geluiden en dieren die gewoon hun ding doen – alsof je er niet eens bent-  is goud waard.

In de Serengeti in Tanzania was het dan weer het leeuwengebrul rond onze tent en de migratie van gnoes met zebra’s in hun kielzog die me kippenvelmomenten bezorgden. En zo stapelden zich de voorbije jaren unieke belevenissen in de natuur op verre bestemmingen zich op.

Sommige encounters zijn magisch, zoals de mystieke quetzal zien in het nevelwoud. Andere encounters zijn spannend zoals  een fer-de-lance, de gevaarlijkste slang van Costa Rica op enkele meters van je tijdens een nachtwandeling zien.

Wie het kleine niet eert…

Hoe indrukwekkend al dat wildlife ook is, toch raak ik steeds meer gefascineerd door het leven van insecten. Instagram staat vol waanzinnig mooie macrofotografie. Alsof het kleine ruimtewezens zijn die deze planeet met ons delen.

Ultieme biobelevenis in een jungle vol leven

Wie energie haalt uit een bosrijke omgeving en gefascineerd is door alles wat kruipt, klimt, vliegt en zwemt kan het echt niet beter treffen dan in Costa Rica. De wow-momenten stapelen zich hier zo snel op dat je al snel een biobelevenis burn-out riskeert – moest dat al bestaan.

De natuur is niet bepaald stil in dit tropische land vol weelderige jungle, vulkanen en watervallen. De meest luidruchtige diersoorten komen hier samen. De brulaap laat zich tot kilometers ver horen om soortgenoten te verwittigen wat zijn territorium is. Logeren in een cabina met enkel muggengaas als barrière met de jungle is een unieke ervaring. Om kwart over vijf gewekt worden door een brulaap pal boven jouw dak zal voor velen een scène uit een horrorfilm lijken. Zeker als je dit oergeluid voor het eerst hoort. Voor mij is deze weliswaar zeer luide natuurlijke wekker de mooiste manier om de dag mee te starten. Steevast verschijnt er telkens een glimlach op mijn gezicht als de brulaap de ochtend aankondigt.

Niet alleen de brulaap kan er wat van. Vogels kwetteren de hele dag door de meest verscheidene tonen en deuntjes. Wie nog geen birdwatcher is, krijgt de microbe in Costa Rica trouwens gegarandeerd te pakken. Intussen kwaken kikkers en krekels en cicaden de nachtelijke jungle bijeen en gaan 29 soorten slangen op jacht naar een hapje. En toch.. die intense junglegeluiden brengen me tot rust en geven me zoveel energie. Ik ben er een heel ander mens, zonder pijn en met een batterij die mooi in groen blijft staan. Wie nog zou twijfelen. Ja, ik heb mijn hart compleet aan Costa Rica verloren

Rust, natuur en dieren – en dit alles graag in een tropisch sausje van hitte – vormen de cocktail van mijn ultieme biobelevenis. Als het thuis alweer te luid in onze straat wordt, trek ik het bos in. Wordt het te koud en te nat, dan droom ik in gedachten weg naar  een volgend avontuur in de tropische jungle van Costa Rica.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *