BioBelevenis

Verhalen uit de natuur

Thirza Wesselink de das

Hoewel dassen grote logge marters zijn, worden ze niet vaak gezien. Dassen zijn overwegend ’s nachts actief in Nederland en om het nog moeilijker te maken zijn ze ook erg schuw. Al bij het knappen van een takje of een geurtje dat niet klopt vluchten ze de burcht weer in. Als je dan dassenburcht hebt gevonden, hoe weet je dan hoeveel dassen er op wonen? Er zijn twee manieren om daar achter te komen. Je kunt meerdere wildcamera’s ophangen op de burcht en hopen dat de volledige familie in beeld komt, maar misschien de leukste (en tegelijk de lastigste) manier is om bij de burcht te gaan posten.

Ik heb als lid van de dassenwerkgroep Das & Vecht meerdere burchten onder mijn beheer staan. Dat betekend dat ik toestemming heb om burchten te controleren op bewoning of verstoring en dat ik dassen mag tellen als dat mogelijk is. Meestal ga ik in de lente of zomer tellen. Het is dan namelijk langer licht waardoor de kans groter is dat je de dassen uit hun burcht ziet komen. Daarnaast komen de jongen die afgelopen winter zijn geboren ook naar buiten en zijn ze goed te onderscheiden van de volwassen dieren.

Voordat ik daadwerkelijk bij de burcht tel, ga ik een paar dagen van tevoren de burcht bekijken. Ik check dan of de burcht recentelijk is gebruikt en of er dassensporen rond de burcht te vinden zijn. Deze sporen kunnen prenten, vers gegraven pijpen, neusputjes, latrines en ballen nestmateriaal zijn. Als ik deze sporen heb gevonden ga ik kijken op welke plekken rondom de burcht ik kan zitten. Hierbij mag ik niet op een wissel zitten aangezien er een kans is dat een das hiervan gebruik gaat maken. De dassen mogen natuurlijk niet verstoord worden tijdens het tellen.

Dassen kunnen misschien minder zien, maar ze hebben een ontzettend goede neus. Daarom is het eerste wat een das doet als hij naar buiten komt zijn neus in de lucht steken en de omgeving afsnuffelen. Ruikt hij iets dat hij niet vertrouwd? Dan gaat hij direct weer terug de burcht in en komt hij voorlopig niet meer naar buiten. Daarom is mijn aansteker een van de belangrijkste dingen die ik meeneem tijdens het tellen. Met behulp van het vlammetje kan ik namelijk zien vanaf welke kant de wind komt en of hij draait in de periode dat ik bij de burcht zit. Zolang je niet te dicht op de burcht zit en de wind in je gezicht waait ben je al een heel eind op weg. Nu alleen nog donker gekleed naast een boom gaan zitten op een stoeltje in stilte. Zo zit je daar in spanning af te wachten tot het eerste zwartwit gestreepte koppie naar buiten komt. Als dat gebeurt kan je week niet meer kapot!

P.S. Laat het tellen altijd over aan een ervaren teller of wordt lid bij een dassenwerkgroep waar je het kan leren. Ga nooit zelf bij een burcht zitten zonder toestemming.

verhaal. filmpje en foto’s van Thirza Wesselink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *