BioBelevenis

Verhalen uit de natuur

Met Bart Kelderman: Mijn leven met de natuur

Toen mij werd gevraagd een artikel te schrijven over de natuur wist ik eigenlijk niet waar ik moest beginnen. Er is namelijk zoveel te vertellen over de natuur. De natuur kan woest zijn en gevaarlijk, zoals bij aardbevingen, vulkaanuitbarstingen, tornado’s en orkanen, maar ook prachtig en indrukwekkend, zoals de geur van een bloem, prachtig gekleurde vogels, mooie vergezichten en indrukwekkende landschappen. Door de klimaatsverandering zie je dieren, bomen en planten verdwijnen, rukt de buxusmot op en is de reuzenteek akelig dichtbij onze grens aangekomen. Je ziet daarentegen ook allerlei nieuwelingen verschijnen, zoals de kolibrievlinder, de lynx, de wolf, de goudjakhals en de lammergier. Soms voor een korte periode, maar soms ook voor langere tijd.

De natuur is mij met de paplepel ingegoten. Als klein jochie nam mijn vader mij al mee ‘het veld in’, zoals hij de weilanden en akkers noemde waarin hij jaagde. Al snel wist ik allerlei dieren te herkennen zoals hazen, fazanten, maar ook watersnippen en verschillende roofvogels. Ook nam mijn vader me wel eens mee naar natuurgebieden waar hij mij wilde orchideeën en wilde Bevertjes liet zien. Soms moest ik dan plat op mijn buik gaan liggen omdat er een natuurbeheerder langs reed en met zijn verrekijker zocht naar stropers en andere mensen die daar niet mochten komen. Hoe kon ik immers weten dat dat niet mocht. Mijn vader liet me ook nesten van verschillende vogels zien; mijn interesse in de natuur werd hierdoor verder opgewekt, want iedere vogel legde weer een ander ei in verschillende kleuren en grootte. Soms op de grond, op het water en natuurlijk in struiken en bomen. Ik klom in de hoogste bomen op zoek naar nesten met eieren en pakte dan een ei die ik nog niet had om deze mee naar huis te nemen, uit te blazen en door een touwtje te rijgen voor mijn verzameling. Mijn straf was dan dat ik dikke, jeukende rode ogen had omdat ik een allergie had voor bomen. Sorry hiervoor trouwens, want het was vroeger een andere tijd en eieren meenemen en uitblazen doe ik natuurlijk allang niet meer.

Mijn vader hield van de natuur. Hij was min of meer opgegroeid op het platteland en nam me dus ook vaak mee naar de boeren van wie hij op het land mocht jagen. Ik vond het zelf maar niks en bovendien zielig voor de dieren die hij schoot. Ik liep liever op de akkers waar ik oude aardewerkscherven vond en pijpenkopjes “van mensen”, zoals mijn vader zei, “die al lang niet meer leefden”. Mijn interesse in het oude was gewekt en tot op de dag van vandaag zoek ik nog naar stenen werktuigen van mensen en mensachtigen uit de prehistorie. Soms struin ik het strand af in de zoektocht naar overblijfselen van dieren uit een ver verleden, zoals haaientanden, kiezen van mammoeten en wolharige neushoorns, keutels van hyena’s en stukken gewei van reuzenherten die hier duizenden, honderdduizenden en miljoenen jaren geleden leefden in een heel ander klimaat.

Naast de levende natuur, zoals bomen, planten, vogels en vissen, was ik ook veel bezig met de niet-levende natuur. Ik had al snel eerbied voor de wind als de bomen krom stonden en takken afbraken door een storm, waardoor ik van mijn ouders naar beneden mocht. Ik sliep op zolder en het zou je maar gebeuren dat het dak eraf waaide. Al snel kocht ik boekjes over het weer en over de verschillende soorten wolken die iets vertelden over hoe het weer zou worden, zoals de kanteelwolken ‘Altocumulus castellanus’, die een voorbode zijn voor onweer. Ik luisterde altijd op de radio naar de weerberichten van Jan Pelleboer en Jan Versteegt, die spannende verhalen vertelden over een zogenaamde ‘kanaalratten’; depressies die via het kanaal naar het noorden verplaatsten en (zware) stormen konden veroorzaken in Nederland. Of over een ‘polar low’, een venijnige depressie vanuit de poolstreek die hier een kou-inval met sneeuw konden veroorzaken. De meeste mensen schuilen binnen als er een storm op komst is, maar ik sta dan buiten te genieten van de wind door mijn haren en tegen mijn gezicht. Ik voel de kracht van de natuur en krijg het gevoel dat ik leef.

Ik keek als kind vaak omhoog naar de lucht en, als het donker was, ook naar de sterren. Ook hier wilde ik alles over weten. Mijn eerste boekje over sterrenkunde was al snel gekocht en later kwam er ook een telescoop. Ik keek, en kijk nog steeds, vol bewondering naar de sterren en sterrenstelsels die zo ver weg staan dat ik misschien wel sterren en sterrenstelsels zie die er allang niet meer zijn.

Ik las daarnaast over supernova’s: sterren die exploderen als ze zijn opgebrand. Dankzij die supernova’s ontstonden de eerste elementen die langzaam afkoelden waardoor de eerste sterren ontstonden. Ja, alles om je heen bestaat uit sterrenstof dus ook wij. De natuur zijn wij en alles is op elkaar afgestemd. Denk maar aan een zwangere vrouw wiens vruchtwater hetzelfde zoutgehalte heeft als de oceanen of hoe ingenieus een oog in elkaar zit.

Ik ben vorige eeuw een aantal keren in de woestijn geweest waar ik zocht naar overblijfselen van onze voorouders zoals de Neanderthalers. Als het dan donker was keek ik omhoog en zag een zee van sterren en ook een deel van onze eigen Melkweg. Een uniek moment voor mij was de komeet  ‘Hale-Bopp’, die als een ‘ster van Bethlehem’ aan het firmament stond te schitteren. Wat voel ik me dan nietig op deze kleine aardbol die deel uitmaakt van een van de vele miljarden sterrenstelsels, zoveel als de zandkorrels van alle stranden op de wereld bij elkaar. Alleen al onze Melkweg heeft miljarden sterren en om iedere ster draait gemiddeld wel een planeet. Dat onze eigen Melkweg een doorsnede heeft van honderdduizend lichtjaren is eigenlijk niet te bevatten. Het licht heeft een snelheid van driehonderdduizend kilometer per seconde. Het duizelt je toch?

Je hoeft Nederland daarentegen echt niet uit om dit ook te kunnen zien en vinden. Ga maar eens naar Drenthe op een heldere nacht en kijk eens omhoog. Je weet niet wat je ziet. Ook het eiland Vlieland geeft een sprookjesachtig tafereel wanneer je ’s nachts naar de hemel kijkt.

Sinds een jaar heb ik het fotograferen weer opgepakt omdat ik de natuur in Nederland vast wil leggen, zodat anderen van mijn foto’s kunnen genieten. Althans, dat hoop ik natuurlijk. Ik maak macrofoto’s van insecten, vogels en bloemen en foto’s van herfstbladeren in de mooiste kleuren. Daarnaast leg ik ook wolkenluchten en zonsondergangen vast.

Ik trek er vaak op uit naar een natuurgebied op loopafstand van mijn huis. Waar er enkele jaren geleden nog weilanden waren, hebben deze nu plaatsgemaakt voor rietkragen, water, planten, bomen en struiken. Binnen de kortste tijd zaten er de mooiste vogels, zoals de roodborsttapuit, de blauwborst en het baardmannetje. Er zitten soms wel meer dan dertig lepelaars. Zwarte sterns en visdiefjes dartelen om je hoofd, af en toe duikend naar het water terwijl de Dodaars onderduikt op zoek naar een maaltje. Tegen de avond hoor je het bijzondere geluid van de roerdomp, zie je een boomvalk jagen en soms, als je veel geluk hebt, land er kort een flamingo en zwemmen er een paar Casarca’s, half ganzen, die alleen in het zuidelijkste puntje van Europa, in Centraal-Azië  en China leven. Onlangs zag ik er tot mijn vreugde het eerste ijsvogeltje als een blauwe diamant laag over het water vliegen.

Ik woon in het rivierengebied tussen de Rijn en de Waal. Afgelopen zomer zat ik in de schemering op een tak van een scheefgegroeide wilg te genieten van de rust en de zonsondergang toen er tussen twee kribben en tegen de stroming in een bever kwam langs gezwommen met alleen zijn hoofd boven water. Hij zwom om een krib en was uit het zicht verdwenen. Het was de eerste keer dat ik een bever zag in levende lijve. Dat was een bijzonder moment.

Zo kan ik nog heel lang doorgaan want er is zoveel te zien en te vertellen over de natuur in Nederland. In elke provincie is er wel iets te ontdekken over de bijzondere, rijke natuur in Nederland. Ga eens naar het bos, kom tot rust en snuif de heerlijke geur op van naaldbomen en bladeren die aan het verteren zijn. Waai lekker uit op het strand en kijk goed om je heen want je weet nooit wat je ziet of vindt. Zelfs in de steden is natuur te ontdekken. Bijvoorbeeld op het trottoir waar je korstmossen ziet groeien. Kijk naar links en rechts en je ziet prachtige bloemen, bomen en planten. Kijk eens naar een hoog kantoorgebouw of een kerktoren en misschien heb je het geluk dat je een slechtvalk met enorme snelheden naar beneden ziet duiken.

Kijk eens omhoog en zie een staalblauwe lucht, jagende wolken of een knalrode zonsopkomst of -ondergang.

Ik kan nog zoveel vertellen en er is nog zoveel te leren over de natuur, dus… wie weet tot een volgende keer.

Tekst en foto’s van: Bart Kelderman

One thought on “Met Bart Kelderman: Mijn leven met de natuur

  1. Bart, hier een reactie van mij je je moeder !Wat een prachtig verhaal en schitterende beelden.je hebt nog heel veel te vertellen en en te laten zien over ons prachtige land.ga zo door ik heb er van genoten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *