BioBelevenis

Verhalen uit de natuur

De sluwe sluiper

Vier weken geleden ben ik samen met Bastiaan van Gemert op pad geweest om weer op soortenjacht te gaan. Dit keer was NP De Veluwezoom de eindbestemming. De Veluwezoom is een natuurgebied dat ruim 5.000 hectare telt en onderdeel is van de Veluwe. Het betreft een groot aaneengesloten gebied dat gekenmerkt wordt door heidevelden en bossen, afgewisseld met zandverstuivingen en landgoederen. De verscheidenheid aan landschappen zorgt hier voor een rijke flora en fauna en biedt zo leefgebieden voor veel verschillende soorten. Zo hebben wij tijdens onze tocht aardig wat leuke soorten gezien, waarbij een prachtige reptielensoort in dit verhaal centraal staat.

Onze tocht begon vanaf park Beekhuizen nabij Velp dat tegen de voet van het hoogliggende NP ligt. Beekhuizen is een prachtig bos dat gekenmerkt wordt door de Beekhuizerbeek, een beek die van oorsprong een bronbeek is en waar later sprengkoppen aan zijn toegevoegd. De beek vormt een uitstekend leefgebied voor kenmerkende soorten flora en fauna. Zo groeien er op een aantal plekken zeldzame planten die gebonden zijn aan vochtige beeksystemen, waaronder Paarbladig goudveil. De beek biedt ook paaiplekken voor de Beekprik die hier een aantal keer is gesignaleerd. Dit is een vissoort die gebaat is bij een goede waterkwaliteit en in relatief natuurlijke beeksystemen voorkomt. Het is een zeldzame soort die in Nederland sterk achteruitgaat door watervervuiling en normalisatie van beeksystemen. Helaas hebben we de Beekprik niet kunnen vinden. Overigens voelt de IJsvogel zich hier ook thuis wanneer die vanaf de oever of op laaghangende takken over het water kan razen op zoek naar visjes. Dit fenomeen heb ik hier vaak gezien en het blijft mooi om mee te maken.

Toen we na ongeveer een uur het bosrijke gebied hadden verkend en het hoogteverschil hadden getrotseerd, kwamen we aan bij de Posbank. Dit is het heiderijke terrein dat opvalt door de vele heuvels en zandige plekken. Hier zie je echt heel duidelijk de verschillen in reliëf en dit zorgt voor prachtige uitzichten. Ons plan was om richting het bezoekerscentrum te gaan om vanuit daar weer richting de auto te lopen. Tijdens de wandeling door de heide hoorden we al gauw de kenmerkende roep van de Koekoek. Een roep waarbij je gelijk weet dat er eentje in de buurt zit. Even later het geluid van de Geelgors, een soort die Bastiaan nog moest afstrepen van zijn lijst. Een prachtige, robuuste vogelsoort die onder andere voorkomt op de drogere zandgronden. Het geluid is te vertalen als ‘’dzi-dzi-dzi-dzi-dzèèèè’’. Na enkele foto’s gemaakt te hebben en een welverdiende zitpauze onder de brandende zon, trokken we weer verder richting het bezoekerscentrum. Toen zagen we, wat uiteindelijk het hoogtepunt van deze tocht betekende en tevens naar de titel verwijst, een knalgroene hagedis door de bosjes kruipen. Een mannelijke Zandhagedis zat hier heerlijk te zonnen totdat wij, eerlijk is eerlijk, zijn rust verstoorden. Nadat we deze prachtige hagedis goed op de plaat kregen zijn we richting de auto gelopen, waar onze tocht begon, en was ons dagje méér dan geslaagd.

Herkenning

De groene kleur verraadt dat het hier om een mannetje gaat. Dit is namelijk het voortplantingskleed dat met name in het voorjaar felgroen gekleurd is. Zo heb je eigenlijk altijd snel door om welk geslacht het gaat. Verder is de kop, het midden van de rug en de staart bruin. Bij het vrouwtje, die ik twee weken geleden op de Wolfhezerheide ben tegengekomen, komt de groene kleur niet of nauwelijks voor. De vrouwtjes en de jonge dieren zijn altijd bruin of grijsbruin, met een crémekleurige tot gelige buikzijde. Bij sommige volwassen vrouwtjes kan een groenige glans op de keelschubben aanwezig zijn. Wat je bij beide geslachten duidelijk ziet zijn de wittige deelstreepjes op de rug die doorlopen tot aan de staart. De Zandhagedis is overigens niet met andere soorten hagedissen in Nederland te verwarren, zoals de Levendbarend hagedis en de Muurhagedis.

Ecologie en levenswijze

In Nederland is de Zandhagedis sterk gebonden aan de heide- en duingebieden. In het binnenland en in de duinen wordt hij vooral aangetroffen in droge struikheidevegetaties. Zo vormen de kustduinen en de Veluwe de twee belangrijkste kerngebieden. In de Zeeuwse duinen ontbreekt de soort, net als op Texel en Ameland. Op Schiermonnikoog is de soort helaas uitgestorven. De soort is tevens beschermd volgens de Wet Natuurbescherming en staat op de Rode Lijst als kwetsbaar.

De vrouwtjes kiezen voor het leggen van eieren zonnige en onbegroeide plekken in het zand. De eieren worden op vijf tot tien centimeter diep ingegraven zodat de warmte van de zon zorgt voor de verdere ontwikkeling van ei tot juveniel. Zandhagedissen hebben vrijwel geleedpotige dieren op het menu staan zoals spinnen (RAVON, z.d.).

Geschreven door: Wessel matser

Wessel Matser (1997) is een enthousiaste en nieuwsgierige natuurfanaat met een hart voor alles wat er om hem heen leeft. Wessels echte passie ligt vooral bij vlinders, mossen en paddenstoelen. Kortom, een natuurliefhebber in hart en nieren waarbij hij zijn kennis en belevenissen met veel plezier deelt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *